Buitengewoon gewoon

Samen met een paar vrienden bracht ik laatst een bezoek aan de Stadsschouwburg in Amsterdam om te kijken naar een toneelstuk over onze voormalige koningin Juliana. Ook haar dochter, prinses Beatrix was die avond aanwezig. Terwijl we in de schouwburg naar de voorstelling zaten te kijken, realiseerde ik me plotseling hoe bijzonder het was dat we zomaar de schouwburg waren binnengekomen, zonder enige speciale vorm van controle. Geen detectiepoortjes. We werden niet gefouilleerd. We hoefden alleen ons kaartje te laten zien. En we zaten daar de hele avond in die schouwburg. Gewoon. Met de prinses erbij. Kennelijk niks bijzonders. Nog niet zo lang geleden, was er in een theater in Parijs geschoten, waarbij doden waren gevallen. Maar in de Amsterdamse schouwburg gebeurde niks, ondanks het koninklijke bezoek. Niemand schoot, niemand schreeuwde, niemand deed wat. Geen aanslag, zoals in Apeldoorn, in 2009. Er was soms geschreeuw op het toneel, maar dat hoorde echt bij het toneelstuk en was niet de voorbode van vreselijke dingen, zoals in de Franse hoofdstad. Toen mijn vrienden en ik na afloop een glimp konden opvangen van onze prinses en we haar even bijna konden aanraken, waren we helemaal tevreden en een moment van oranjeliefde vervuld. Maar het mooiste kwam nog. Toen we naar buiten gingen, was er maar één uitgang, de hoofduitgang. We liepen naar buiten over een rode loper. Aan weerskanten stonde het vol mensen die ons aankeken. Nee lief publiek, de prinses laat nog even op zich wachten; ze is nog met de acteurs van het toneelstuk aan het praten. Even voelden we ons koninklijk. Zo moet dat voelen als iedereen naar je kijkt. We waren nog twee stappen verwijderd van de koninklijke limousine. Nee, toch maar niet instappen, dat zou niet gaan. Tevreden zochten we een gelegenheid om nog wat na te kletsen. We spoedden ons naar het naast de schouwburg gelegen Americain. Overal was het verder rustig. Nederland, wat een heerlijk land kan het zijn. Een avondje met een prinses. En toch zo buitengewoon gewoon.